Heb je een spaarpotje, een beleggingsrekening, of heb je onlangs geld of een woning geërfd? Dan krijg je vanaf 2028 te maken met een compleet nieuwe manier waarop de Belastingdienst belasting heft over je vermogen. De regering heeft namelijk besloten om het box 3-stelsel grondig te veranderen, en hoewel de ingangsdatum nog even duurt, is het slim om alvast te weten wat er op je afkomt.

In dit artikel leg ik uit wat er precies gaat veranderen, wat het betekent voor gewone gezinnen met spaargeld of beleggingen, en waar je rekening mee moet houden. Want eerlijk is eerlijk: de nieuwe regels zijn best ingewikkeld, maar de basisprincipes zijn gelukkig goed te begrijpen.

Waarom verandert box 3 eigenlijk?

Tot nu toe werkte de Belastingdienst met een systeem waarbij ze aannames dat je een bepaald rendement maakte op je vermogen, ongeacht wat je écht verdiende. Heb je €50.000 op een spaarrekening staan die 2% rente oplevert? Dan ging de fiscus er toch vanuit dat je een hoger rendement had gemaakt en betaalde je belasting over dat fictieve bedrag.

Je snapt dat dit vooral voor spaarders behoorlijk oneerlijk uitpakte, want je betaalde belasting over geld dat je helemaal niet had verdiend. In 2021 oordeelde de Hoge Raad dan ook dat dit systeem in strijd is met onze grondrechten, en sindsdien werkt de overheid aan een nieuw stelsel dat beter aansluit bij de werkelijkheid. Dat nieuwe stelsel gaat in op 1 januari 2028, althans dat is de planning want de wet moet nog wel door de Tweede Kamer worden goedgekeurd.

De kern van de verandering: belasting over wat je écht verdient

Het belangrijkste verschil met het oude systeem is eigenlijk heel simpel: vanaf 2028 betaal je belasting over het rendement dat je daadwerkelijk hebt behaald. Heb je €500 rente ontvangen op je spaarrekening? Dan betaal je belasting over die €500, niet over een bedrag dat de Belastingdienst heeft verzonnen.

Dit klinkt logisch en eerlijk, en dat is het ook. Maar er zit wel een addertje onder het gras waar vooral beleggers mee te maken krijgen. Want onder “werkelijk rendement” valt niet alleen de rente of het dividend dat je ontvangt, maar ook de waardestijging van je beleggingen, zelfs als je ze nog niet hebt verkocht.

Stel je hebt aandelen gekocht voor €10.000 en aan het eind van het jaar zijn ze €11.500 waard. Dan heb je volgens de nieuwe regels €1.500 rendement gemaakt, ook al heb je niets verkocht en staat die winst alleen maar op papier. Over die €1.500 moet je dan belasting betalen.

Wat valt er precies onder de nieuwe regels?

Onder het nieuwe box 3-stelsel vallen al je bezittingen behalve je eigen woning waarin je woont, want die blijft gewoon in box 1. Denk aan je spaargeld op al je rekeningen, beleggingen in aandelen, obligaties en fondsen, cryptomunten, een eventuele tweede woning of vakantiehuisje, en geld of vastgoed dat je hebt geërfd.

De vrijstelling blijft gelukkig bestaan, maar werkt wel anders dan voorheen. Je betaalt geen belasting over de eerste €1.800 aan rendement dat je maakt. Alles daarboven wordt belast tegen een tarief van 36%. Heb je een fiscaal partner, dan geldt de vrijstelling voor jullie samen, dus dan is de eerste €3.600 aan rendement onbelast.

Een rekenvoorbeeld met spaargeld

Laten we het concreet maken met een voorbeeld. Stel je hebt €30.000 op een spaarrekening staan tegen 2,5% rente. Aan het eind van het jaar heb je dan €750 aan rente ontvangen.

Omdat dit bedrag onder de vrijstelling van €1.800 blijft, betaal je in dit geval helemaal geen box 3-belasting. Voor de meeste spaarders met een normaal spaarpotje verandert er dus weinig tot niets, en dat is goed nieuws.

Maar stel nu dat je €100.000 hebt gespaard, bijvoorbeeld omdat je een erfenis hebt ontvangen. Bij dezelfde rente van 2,5% is je rendement dan €2.500 per jaar. Na aftrek van de vrijstelling van €1.800 houd je €700 belastbaar rendement over, en daarover betaal je 36% belasting. Dat komt neer op €252 aan box 3-belasting.

Een rekenvoorbeeld met beleggingen

Bij beleggingen wordt het wat ingewikkelder omdat je niet alleen te maken hebt met dividend, maar ook met waardeveranderingen. Stel je hebt €15.000 in een indexfonds zitten en dit jaar ontving je €300 aan dividend terwijl de waarde van je belegging steeg van €15.000 naar €16.200.

Je totale rendement is dan €300 dividend plus €1.200 waardestijging, samen €1.500. Dit blijft onder de vrijstelling van €1.800, dus je betaalt geen belasting. Maar let op: stijgt je belegging het jaar erop weer met €1.500 en ontvang je weer €300 dividend, dan zit je boven de vrijstelling en betaal je wel belasting.

Het lastige aan dit systeem is dat je ook belasting betaalt over waardestijging die je nog niet hebt gerealiseerd. Je hebt het geld niet op je rekening staan, maar moet er wel belasting over afdragen. Dat kan betekenen dat je een deel van je beleggingen moet verkopen om de belasting te kunnen betalen, of dat je dit geld ergens anders vandaan moet halen.

Wat als je een tweede woning hebt geërfd?

Steeds meer mensen erven een woning van hun ouders, of dat nu het ouderlijk huis is of een vakantiehuisje. Onder de nieuwe regels valt zo’n geërfde woning ook in box 3, en de belastingregels zijn hier wat anders dan bij spaargeld of beleggingen.

Het goede nieuws is dat je bij vastgoed pas belasting betaalt over de waardestijging op het moment dat je de woning verkoopt, dus niet elk jaar zoals bij aandelen. Maar je betaalt wel jaarlijks belasting over het “voordeel” dat je hebt doordat je de woning kunt gebruiken of verhuren.

Verhuur je de woning? Dan zijn de huurinkomsten belast, min de onderhoudskosten die je maakt. Gebruik je de woning zelf, bijvoorbeeld als vakantiehuisje? Dan rekent de Belastingdienst met een vast percentage van 3,35% van de WOZ-waarde als fictief rendement.

Een voorbeeld: stel je hebt een vakantiehuisje geërfd met een WOZ-waarde van €200.000. Je gebruikt het zelf en verhuurt het niet. De Belastingdienst rekent dan met een fictief rendement van 3,35% van €200.000, dat is €6.700 per jaar. Na aftrek van de vrijstelling van €1.800 betaal je over €4.900 belasting tegen 36%, dat komt neer op €1.764 per jaar.

Besluit je het huisje te verkopen voor €250.000 terwijl de waarde bij aanvang van het nieuwe stelsel €200.000 was? Dan betaal je op dat moment ook nog eens belasting over de waardestijging van €50.000, wat neerkomt op €18.000 aan belasting, uiteraard na aftrek van eventuele resterende vrijstelling.

Je administratie wordt belangrijker

Een nadeel van het nieuwe systeem is dat je meer moet bijhouden dan voorheen. De Belastingdienst zal zoveel mogelijk gegevens automatisch invullen in je aangifte, maar dat lukt niet altijd. Zeker als je belegt via buitenlandse brokers of als je cryptomunten hebt, moet je zelf goed bijhouden wat je hebt gekocht, verkocht en ontvangen.

Bewaar daarom altijd je jaaroverzichten van je bank, broker en crypto-platform. Houd bij wat je hebt gekocht en voor welk bedrag, en noteer ontvangen dividend, rente en andere uitkeringen. Bij vastgoed is het slim om de WOZ-beschikking van 2029 goed te bewaren, want die bepaalt de startwaarde van je woning in het nieuwe stelsel.

Verliezen kun je verrekenen

Er is ook goed nieuws voor als het een keer tegenzit met je beleggingen. In het nieuwe stelsel kun je verliezen verrekenen met winsten in toekomstige jaren. Stel je maakt in 2028 een verlies van €3.000 op je beleggingen en in 2029 een winst van €5.000. Dan kun je het verlies van 2028 aftrekken van de winst in 2029, zodat je alleen over €2.000 belasting betaalt.

Er geldt wel een drempel van €500 per jaar, dus hele kleine verliezen kun je niet verrekenen. En je kunt verliezen alleen binnen box 3 verrekenen, dus niet met je inkomen uit werk of je eigen onderneming.

Wat kun je nu al doen?

Het is belangrijk om te weten dat de wet nog niet definitief is goedgekeurd. De Tweede Kamer moet de wet uiterlijk 15 maart 2026 aannemen om de ingangsdatum van 1 januari 2028 te halen, en het is nog niet zeker of dat gaat lukken. Tot die tijd blijven de huidige regels gelden.

Toch is het geen slecht idee om alvast na te denken over je situatie. Begin met het op orde brengen van je administratie, want een goed overzicht van al je vermogensbestanddelen is sowieso handig. Verzamel je jaaroverzichten en zorg dat je weet wat je precies hebt en wat het waard is.

Grote financiële beslissingen zou ik nog even uitstellen totdat de wet definitief is aangenomen. De regels kunnen namelijk nog veranderen tijdens de behandeling in de Tweede Kamer, en je wilt niet dat je beslissingen neemt op basis van regels die uiteindelijk anders uitpakken.

Tot slot

De nieuwe box 3-regels vanaf 2028 zijn eerlijker dan het oude systeem, omdat je voortaan belasting betaalt over wat je écht verdient in plaats van over een fictief bedrag. Voor spaarders met een normaal spaarpotje verandert er waarschijnlijk weinig, zeker als je rendement onder de vrijstelling van €1.800 blijft.

Beleggers en mensen met een tweede woning of geërfd vastgoed krijgen wel te maken met meer complexiteit en mogelijk een hogere belastingdruk, vooral als beleggingen in waarde stijgen zonder dat je ze verkoopt. Het is daarom slim om je administratie op orde te hebben en de ontwikkelingen rondom deze wet te blijven volgen.

De komende maanden zal duidelijk worden of de wet op tijd wordt aangenomen en of er nog wijzigingen komen. Ik hou het voor je in de gaten en zal schrijven over belangrijke updates zodra die er zijn.